Aelbert Cornelisse de Cruijff:  boer, diaken en kerkmeester

 

In de familiegeschiedenis van De Kruijf komen we in de 16e en 17e eeuw af en toe de melding tegen van ‘erfpachter van de Duitse Orde’ of ‘hofstede van de Duitse Orde’.
Zo ook in de gegevens die te vinden zijn over Aelbert Cornelisse de Cruijff, geboren en gedoopt in 1659 in Cothen.
Aelbert Cornelisse de Cruijff woonde als kind met zijn ouders vanaf 1665 in Houten op hofstede Overdam. Volgens de aktes en geschriften uit die tijd volgde hij als oudste zoon zijn vader op als erfpachter van de Duitse Orde.
Daarnaast was hij ook erfpachter van het Heilige Geesthuis te Utrecht wegens een stuk grond op Mereveld (rond 1700, het ging om ongeveer drie ha grond).

Wat is nu de Duitse Orde, die in meerdere aktes en documenten wordt genoemd? Wie zoekt op de naam Duitse Orde ontdekt dat die nog altijd bestaat. Haar oorsprong gaat terug naar het eind van de 12e eeuw. Zij was één van de drie grote geestelijke (Duitse) ridderorden, de Tempeliers, Hospitaalridders en dus ook de Duitse Orde. De eerste twee verloren hun invloed in Nederland, maar de Duitse Orde bleef bestaan.
Waar de Tempeliers en de Johannieters hun bezittingen in de Nederlanden kwijtraakten door algehele opheffing van de organisatie dan wel de komst van de Reformatie, paste de Duitse Orde zich aan de veranderde situatie aan en ging over tot het protestantisme, waardoor haar bezittingen behouden konden blijven en zij in de protestantse Republiek kon blijven functioneren.
De Orde had aanvankelijk tot doel de bescherming en ondersteuning van de pelgrims in het Heilige Land. Later richtte de Duitse Orde zich meer en meer op Europa om het Christendom te beschermen en de heidenen te bestrijden. De Duitse Orde, die een sterk gedecentraliseerde bestuursstructuur kende, had ook een vestiging in de Nederlanden, namelijk in Utrecht. Zij verwierf veel bezittingen als grond en onroerend goed (denk aan hofstedes) door schenkingen van welgestelde vrome burgers en ordebroeders. Nog altijd bestaat de Orde en beschouwt zij als haar hoofdtaken liefdadigheidswerk en het steunen van de minder bedeelden in de samenleving.
De familie De Cruijff was één van de vele erfpachters van de Duitse Orde. In de landbouw, maar ook in het onroerend goed, de boerderijen en hofstedes. Aelbert de Cruijf had als erfpachter een positie die in feite nagenoeg gelijk is aan de positie van de eigenaar. Hij mag de grond in erfpacht voorzien van een opstal en Aelbert had als erfpachter het recht het erfpachtrecht (inclusief de opstal) te verkopen.

De feiten

Wat weten we meer over voorouder Aelbert? De feiten op een rijtje, zoals die beschreven staan in het boek Overlangbroek op de kaart gezet van Cees van Schaik.
Aelbert woonde van 1659 tot 1665 in Cothen, vervolgens van 1665 tot 1689 in Houten (hofstede Overdam). Daarna vertrok hij met zijn gezin naar Bunnik (hij trouwde in 1687 in Amersfoort met Willemijntje Willems Schimmel, het kerkelijk huwelijk werd op 12 juli 1687 gehouden) waar hij tot 1701 woonde. Het vermoeden bestaat dat hij daarna tot 1707 in Schonauwen, een ontginningspolder in het bezit van de kloosters in Utrecht, woonde.
Van 1708 tot 1718 pachtte Aelbert in Houten een huis met schuur en 7 morgen land. Van 1719 tot 1721 pachtte hij van de Duitse Orde een hofstede bij Werkhoven met 48,5 morgen land. Deze pacht had hij als opvolger overgenomen van zijn broer Willem Cornelisse.
Aelbert was niet alleen boer, ook diaken in de Nederlands Hervormde Kerk in Houten gedurende diverse periodes in het begin van de 18e eeuw en kerkmeester in Werkhoven (1721). Als kerkmeester was hij verantwoordelijk voor het kerkgebouw en voor de financiën.

Het gezin

Cloetings hofstede, waar Willemijntje Schimmel enkele jaren heeft gewoond.

Aelberts’vrouw Willemijntje Schimmel was vijf jaar jonger. Na Aelbert’s overlijden in 1721 woonde Willemijntje tot 1730 op het Hogeland te Werkhoven en onder Nijendijk aan de Pappeleboom. Daarna betrok zij de Cloetinghshofstede met maar liefst 58 morgen land onder Nijendijk en Werkhoven en drie morgen onder Schalkwijk.
Ze woonde te Werkhoven op het Hogeland van 1719 tot 1730, daarna onder Nijendijk aan de Pappeleboom, en van 1731 tot 1735 op de Cleutingshofstede (Cloetinghshofstede) met 58 morgen onder Nijendijk en Werkhoven en 3 morgen onder Schalkwijk. In 1735 woonde ze in Bunnik. Daar stond zij vermeld als gebruiker van 4 of meer morgen land aldaar, en op de monsterrol van het dijkleger om bij hoog water aan de dijk te verschijnen. Willemijntje overleed in 1735.
Voor zover bekend hadden Aelbert en Willemijntje vijf kinderen: Cornelis Aelberts, van wie alleen bekend is in welk jaar hij is overleden (1741), Willem, geboren in 1695, de tweeling Johannes en Gijsbertgen (1697) die vrij snel weer overleden. In de documenten is vermeld dat Aelbert hen voor 1 gulden in 10 stuivers liet begraven. Tenslotte werd in 1701 Evert Aalbers geboren. Van hem is meer bekend. Zie elders op deze website.

Gezinsblad van Aelbert Cornelisse De Cruijff

Aelbert Cornelisse De Cruijff, ged. Cothen 9 okt. 1659, † Houten 6 maart 1721, zn. van Cornelis Aelberts en Annigje Hendriks Van Waveren, tr. Amersfoort 17 juli 1687 Willemijntje Willems Schimmel, geb. Leusden 28 jan. 1664, † 22 juli 1735, dr. van Willem Buijsz en Jannigje Gijsberts.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis Aelberts De Kruijf, † Werkhoven febr. 1741.
2. Willem De Cruijff, geb. Bunnik 1 jan. 1695.
3. Johannes De Kruijf, geb. Bunnik 21 febr. 1697, † 1697.
4. Gijsbertgen De Kruijf, geb. Bunnik 21 febr. 1697, † ald. 1697.
5. Evert Aalbers De Kruijf (Cruijff), geb. Bunnik 1701, † Werkhoven 19 sept. 1771, tr. Werkhoven 19 juli 1731 Geertruij De Graav, geb. Wijk bij Duurstede 1705.

 

Erfpacht van de Duitse Orde

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: