De oorlogsjaren gingen niet ongemerkt aan Gerda voorbij

 

Dit is de geschiedenis van een jonge vrouw, die als pakketje de familie rond ging, omdat haar eigen moeder niet voor haar kon zorgen. Of was het niet wilde?

Heldring stichting in Zetten

Gerda Helena Frugte werd op 21 februari 1917 geboren in Zetten, in een stal of onderkomen van de Heldringstichting. Haar moeder was net zeventien jaar. Gerda, Gerarda Helena, Frugte. Ongewenst zwanger geraakt van een onbekende man. Het was een schande voor de streng gereformeerde familie Frugte. Weggestuurd naar Zetten om daar te bevallen van haar kind. Twee veldwachters traden als getuige op bij de aangifte van kleine Gerda.

 

Kleine Gerda groeide eerst op bij haar grootouders. Niet lang. Daarna naar haar tante in Dalfsen, die was getrouwd met een jachtopziener op een kasteel in Rechteren. Zij kwam vervolgens terecht bij een gezin in Zutphen en daarna in Hillegom bij een bloemenkweker, waar zij hulp in de huishouding was. Geen vader, een moeder die niet voor haar wilde of kon zorgen… veel houvast had zij niet. Als kind kon je het nauwelijks slechter treffen.

Kleine Gerda werd groot. Zij vertrok naar Amsterdam om als hulp in de huishouding te gaan werken bij de familie Gerth aan de Apollolaan in Amsterdam. Een familie van aanzien. Het hoofd van het gezin was Hendrik Gerth. Scheepsreder en ook directeur van de Amsterdamsche Bank.

In dat grote huis woonde ook Henk Gerth junior, kunstschilder. Een man van 32 op het moment dat Gerda bij deze familie in huis kwam en bevriend met Margaretha Pfeiffer, dochter van de beroemde kunstschilder Otto Pfeiffer. Gerda was intern bij deze rijke familie.

Zoonlief Henk Gerth en Gerda kregen iets met elkaar. Zozeer zelfs, dat Gerda op 21 oktober 1937 hoogzwanger het huis aan de Apollolaan moest verlaten om tijdelijk bij de familie Rothstein aan de Händelstraat te wonen. Rothstein, secretaris-generaal van de Rotterdamsche Bank. De relatie tussen deze twee families is gemakkelijk gelegd.

Doorgangshuis in Groningen

Op 4 december 1937 trad Gerda in de voetsporen van haar moeder. Twintig jaar na haar geboorte moest zij zelf naar een opvanghuis voor ontspoorde en zedeloze meisjes. Adres: Tuinstraat 51 in Groningen. Als zij moet bevallen, wordt zij opgenomen in het Academisch Ziekenhuis te Groningen. Daar wordt op 15 januari 1938, om half één, Paul geboren.

 

Zwarte periode

 

Het was een zwarte periode voor Gerda en haar baby Paul. Zij was nergens welkom, ook niet bij haar moeder en haar echtgenoot Poortier. Wat overbleef was het toevluchtsoord voor vrouwen van het Leger des Heils aan de Rapenburgstraat in Amsterdam, waar Gerda op 28 februari terecht kon.

Op 17 juni van dat jaar kreeg zij onderdak op het adres Van Eeghenstraat 23 in Amsterdam. Baby Paul bleef achter in het tehuis, misschien wel de jongste alleenstaande dakloze van Nederland in die tijd. En het zou nog even duren voordat Paultje weer met zijn moeder zou worden herenigd.

Gerda kreeg een relatie met Jan Ikes Pieter Wessing, ook weer een oudere man. Wessing was bij de eerste kennismaking 35 jaar, Gerda nog geen 22. Zij gingen samenwonen, maar niet eerder dan nadat Wessing Gerda zwanger had gemaakt. Op 9 augustus 1939 betrokken Gerda en Jan Wessing een bovenwoning aan de Reguliersgracht in Amsterdam. Op 22 september, ruim een maand later, beviel Gerda van haar tweede zoon, Robert. Paultje, die op dat moment ook de achternaam van Wessing kreeg, was nog altijd niet bij zijn moeder. Pas op 25 juni 1940 gebeurde dat. Anderhalve maand na het uitbreken van de oorlog. Gerda, Jan en de kinderen Robert en Paul werden één gezin in de Pieter Pauwstraat 2A.

Ellendige herinneringen

Gerda met haar kinderen Robert en Paul

Het geluk leek hun toe te stralen, maar achter de deuren van de woning, buiten het zicht van de wereld, gebeurden onverkwikkelijke dingen, die kleine Paul altijd zijn bijgebleven: ,,Mijn herinneringen aan die tijd zijn ellendig. Wessing was een ruwe, onbeschaafde, onbeheerste, sentimentele, autoritaire persoon, die voortdurend liep te tieren en te vloeken…. Regelmatig kregen mijn moeder en ik slaag en vaak wist ik niet waarom. Ik plaste van angst spontaan in mijn broek, stond te trillen over mijn hele lijf en kon door het stotteren niet praten, wat hem nog weer opwond. Regelmatig werd ik door hem in elkaar geslagen.’’ Volgens Paul was zijn stiefvader een man die vaak klappen uitdeelde. Aan de kinderen, en aan Gerda.

Wessing sr. was in zijn werkzame leven stuurman op de grote vaart, maar later fotograaf. Hij had ook niet zoveel keus, want zijn zicht was niet optimaal meer. De grote vaart moest hij vaarweg zeggen. Als fotograaf maakte hij onder meer foto’s voor het damesblad Libelle.

Onderduiken

Gerda hield het niet uit bij Wessing. Zij leerde de jood William Elias Beffie kennen en trok begin juli 1942 bij hem in. Robert bleef achter bij zijn vader, de jonge Paul ging mee met zijn moeder.

Het werd een tijd van gevaar, onderduiken, vluchten. Beffie zat in het verzet. De periode van juli 1942 tot het einde van de oorlog was extreem zwaar voor Gerda en Paultje. Paul herinnert zich die tijd nog goed: ,,Wij zaten altijd ondergedoken. Ik herinner mij dat wij op minstens 12 adressen hebben gewoond, laatstelijk aan het einde van de oorlog in de Geulstraat. Wij waren steeds op de vlucht door verraad, schietpartijen, bombardementen, branden enzovoort. En daarnaast de niet te dragen honger.’’

De oorlog ging voorbij, maar het waren nog altijd geen gemakkelijke jaren voor Gerda, die ook niet wist wat zij met haar zoon Paul aan moest. Zij kon niet voor hem zorgen. Robert woonde bij zijn vader, Paul werd daar ook tijdelijk weer ‘geplaatst’.

Juliana oord in Laren

In september 1947 bracht Gerda de jonge Paul naar het Diaconie Weeshuis in Amsterdam. Gerda zelf ging in 1948 werken in sanatorium Julianaoord te Laren. Op een avondschool in Hilversum behaalde zij haar Mulo diploma. Meerdere keren per week fietste zij van Hilversum naar Laren om de lessen te volgen. Uiteindelijk deed zij in 1954 eindexamen met een diploma waarop alleen maar negens stonden.

Er volgden er meer. Diploma’s handelscorrespondentie Frans, Duits, Engels, Nederlands, een stenodiploma, de hoogste certificaten van het Goethe-instituut en van de Alliance Française. Zij verhuisde van Laren weer naar Amsterdam en werkte daarna onder meer bij Avis Rent-a-Car als directiesecretaresse tot aan haar pensionering in 1982. Daarna verhuisde zij naar Nijmegen.

Ondanks dat Paul niet bij zijn moeder woonde en Robert bij zijn vader bleef, bezocht de jonge Paul bijna elk weekend zijn moeder in het Sanatorium Juliana-oord te Laren. Dat contact bleef tot 1956, toen de dan 18-jarige Paul ging varen op de grote vaart.  Het contact werd minder, maar bleef redelijk intensief.

In Nijmegen ging Gerda Nederlandse taal- en letterkunde studeren met als beloning het diploma in 1995.

Bloemen voor Gerda na het voltooien van de vierdaagse van Nijmegen.

Gerda Frugte had één grote passie: wandelen, al dan niet met haar zoon Paul. Zij nam vijftien keer deel aan de Vierdaagse van Nijmegen, meestal de dertig kilometer. Totdat in 1997 de eerste ziekteverschijnselen van kanker opdoemden.

Haar zoon Paul over zijn moeder: ,,Zij had een scherp verstand, een groot gevoel voor humor, een literair talent, een zacht, kwetsbaar karakter. Eerlijkheid en oprechtheid stonden bij haar vooraan. Maar als gevolg van traumatische ervaringen in haar jeugd, in de oorlog en de teleurstellingen op amoureus gebied, leefde zij teruggetrokken en was wantrouwig tegenover vreemden. Over de oorlog en haar ervaringen heeft zij nooit meer uit vrije wil gesproken. Alleen als ik haar daarover iets vroeg, antwoordde zij summier.’’

 

Gerda Frugte overleed op 9 juni 1999 in Nijmegen.

 

 

 

Met dank aan Paul Wessing. Zonder hem had dit verhaal niet tot stand kunnen komen.

Gezinsblad van Gerarda Helena Frugte

Gerarda Helena Frugte, geb. Valburg 21 febr. 1917, † Nijmegen 9 juni 1999, dr. van Gerarda Helena Frugte.
Haar zoon:
1. Paul Wessing, geb. Groningen 15 jan. 1938.
Uit haar relatie met Jan Ikes Pieter Wessing, geb. Amsterdam 5 febr. 1903, † ald. 23 maart 1977, zn. van Cornelius Theodorus Wessing en Edzardina Hermina Johanna Steinvoorte:
2. Robert Wessing, geb. Amsterdam 22 sept. 1939.

 

Please follow and like us:
De geschiedenis van een jonge vrouw, die als pakketje de familie rond ging

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *