Kanonnier,  veldwachter, gemeentebode en…dichter

 

Beeld van de ontberingen van de soldaten in het leger van Napoleon. Terugtocht over de Berenzina – Jan Hoynck van Papendrecht. – Collectie Legermuseum 050847

In de geschiedenis van de Scheepmakers uit Kortenhoef keert de naam van Krijn regelmatig terug. De Krijn waar het hier over gaat, is wel weer een heel bijzondere. Geboren in 1790 in Vreeland als zoon van Jan Crijne Scheepmaker en Gertruij Hendriksdr Hageman ontsnapte hij niet aan de opkomstplicht van jonge Nederlanders die voor Napoleon aan het oostfront moesten strijden. Hij overleefde de ontberingen, keerde terug naar Nederland, trouwde, werd veldwachter en daarmee ook gemeentebode van Breukelen en schreef….gedichten.
In één van zijn gedichten beschreef hij wat hij meemaakte op het slagveld bij Leipzig in 1813.

“Heden den Gedenkdag van de Slag bij Lijpsig, in 1813, den en 18 October”.
“De Aarde lag bezaaid met Lijken, 
Wie zou bij t.aanzien niet bezwijken,
Van mannen in hun vleur en Kragt.
Ginds branden Huizen, daar gehugten,
Men kon de menschen hooren zugten,
In de Akelige duistere Nagt.
Ik was ook dier tijd, een van dien,
van duizenden omringt te zien,
vant vijands vuur en hagelbuijen.
Dog God heeft mij zigbaar bewaart.
Dog duizenden zijn niet gespaard,
van 2 duizend Stuks kanons vuur Luijen.
Zoo is die Slag al voor die Stad,
Op Heiden grond toen plaats gehad,
Waar door zij dezen dag nog vieren.
Bij Lijpsig een der grootste magt,
Die de vorsten daar te zamen bragt,
Waar God hun schonk, de Louerieren.

Opgemaakt door mij K. Scheepmaker Janzn den 25 october 1863 te Breukelen Nijenrode.”

In het Nieuws van den Dag, 1 maart 1880, werd Krijn Scheepmaker nog met name genoemd:

Een van die steeds zeldzamer wordende mannen, die nog onder Napoleon 1 gediend hebben, zal a. s. Zaterdag zijn 80e verjaardag herdenken. Hij is genaamd Krijn Scheepmaker Janszoon. Uit het niet alledaagsche leven van dien man deelt men ons de volgende opgaven mede: Hij werd geboren den Gen Maart 1790 te Vreeland, canton Loenen, departement Zuiderzee. Den 15en April 1812 werd hij ingedeeld bij het Fransche leger als kanonnier bij de 88 cohorde der Nationale Garde. In die hoedanigheid is hij medegetrokken naar Silezië in 1813; bij den slag van Leipzig werd hij gevangengenomen, naar Berlijn gezonden en daarna ingedeeld bij het Russische Duitsche Legioen en in 1814 te Breda gepasporteerd (eervol ontslag verleend), Hij geniet een goede gezondheid en heeft nog het goede gebruik van alle zintuigen.

Krijn Scheepmaker. Hij overleefde de oorlog en verwierf zich een bestaan in Vreeland en later Breukelen.

Hij trouwde met Marretje de Boer en samen kregen zij zeven kinderen, van wie er twee binnen het jaar de strijd met het leven verloren. In de eerste veertien jaar van hun huwelijk (1816) woonden zij in Vreeland. Totdat hij de kans kreeg om voor 160 gulden per jaar veldwachter te worden in Breukelen-St. Pieters. In 1866 kreeg Scheepmaker op 76-jarige leeftijd eervol ontslag als veldwachter-gemeentebode, waarna de gemeenteraad hem nog een pensioentje gaf van 80 gulden per jaar.

In 1853 overleed zijn vrouw Marretje, maar alleen blijven was voor Krijn niets. Hij vond weduwe Pietje Wesselman, die 17 jaar jonger was en trouwde met haar in 1855. Het huwelijk duurde 22 jaar.

Krijn zat overigens niet stil. Hij bleef na zijn ontslag als veldwachter-gemeentebode conciërge van het gemeentehuis. Totdat door uitbreiding van het gemeentehuis het werk voor Krijn te veel werd ook omdat het kantongerecht bij het overheidsgebouw werd betrokken en hij ook nog eens als gevangenbewaarder moest optreden. Scheepmaker trad terug, maar toen was hij al 87 jaar! Krijn vertrok naar een woninkje bij het kerkhof. Begrijpelijk dacht hij dat hij nog eenmaal te zullen verhuizen: naar zijn graf. Zijn laatste gedicht ging daarover:

“Ter gedagtenis”
(Een Klijnderhuizing op dees Aard, Een grootte verhuizing Hemelwaard willen wij allen hopen.)
Wij zijn nu uit het gemeente huis,
Digt bij ons graf en Kerk of Kluis,
Al waar de doode werde ontboden.
Op het hek staat zij leven Goden.
Is dit nu een oprechte Zin
Dan is het sterven een gewin.
Dan leven zij ter Eeren
Voor God den Opperheren,
In Jezus hunnen Koning,
In zijn gemaakte woning,
Die Jezus heeft bereidt, Van Euwigheid tot Euwigheid, (Amen)
Opgemaakt en geschreven den 12 Januarij 1878 door mij K. Scheepmaker in den Ouderdom van zeven en tagtig Jaren tien Maanden en zes dagen.
K. Scheepmaker Janzoon Breukelen Nijenrode 12 Januari 1878

Zijn 17 jaar jongere vrouw bleef niet lang meer bij hem. Pietje overleed op 28 juli 1878. Krijn vertrok vervolgens op 27 september 1878 naar zijn dochter Marretje in Amsterdam. Een jaar later, op 6 augustus 1879, verhuisde hij naar Breukelen-St. Pieters, waar hij bij zijn dochter Geertruij en haar man Arnoldus van Dieën introk. Die woonde met haar man Arnoldus van Dieën nog steeds aan de Weere bij “De Vliegende Kraai “.Daar overleed Krijn op 7 november 1881.  Hij werd bij zijn vrouw in Breukelen-Nijenrode begraven.
(Bron: Henk J. van Es, Historisch Archief Breukelen 1996).

Wie op het onderstaande schilderij klikt, komt terecht bij Krijn en zijn nakomelingen, althans, grotendeels tot en met de 19e eeuw.

 

Rivierlandschap bij Breukelen. Enkele boerenwoningen gelegen aan zandweg aan een bocht van een water. Op de weg loopt een boerin met een juk met melkemmers. Nicolaas Bastert, 1854-1939. Bron: Rijksmuseum.
Krijn Scheepmaker; zijn leven lang werkzaam

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: