Hendrik Frugte; dicht bij de gelovigen

Hendrik Frugte, voorganger

In 1969 zingt Seth Gaaikema tijdens zijn oudejaarsconference de meezinger ‘Wat een spreker is die man’. Een klassieker. Hoe toepasselijk zou de titel van dit lied wel niet zijn geweest op voorganger Hendrik Frugte? Het kan niet anders dat hij op de kansel een begaafd spreker was, gezien de vele plaatsen waar hij heeft gepredikt.

Laten we voorop stellen dat het geloof in de negentiende eeuw een belangrijke rol in de samenleving speelde. Ook voor Hendrik was dit het geval. Hij was doopsgezind en bezocht in Zwolle trouw op zondag de doopsgezinde kerk. Volgens een herdenkingsboekje gewijd aan hem moet het overlijden van een goede vriendin, misschien wel zijn toekomstige vrouw, hem zo aangegrepen hebben dat hij een andere levensbeschouwing kreeg. Zeker ook door de predikbeurten van dominee Klinkert: ‘Het licht gaat in zijn ziel op’, zo wordt hij in het boekje herdacht.

Tot zijn veertigste diende hij het christelijk onderwijs met passie. Hij schreef boekjes, was een trouw kerkganger en bracht in zijn klas de lessen, doordrenkt van het geloof van de almachtige God.

Advies

In Zevenhoven, in 1869 had Hendrik de sterke drang om predikant te worden. Echter, dezelfde dominee Klinkert, waarmee hij contact moest hebben gehouden, raadde hem aan als oefenaar door te gaan.
Laten we even ingaan op het verschil tussen een ‘oefenaar’ (voorganger) en ‘predikant’. Een oefenaar was iemand die aan huis, in een kerk of een schuur predikte (‘oefent’) voor een groep gelovigen. Hij deed godsdienstkennis op door zelfstudie, had gezag bij het gewone volk en toonde vaak persoonlijk charisma, een directe spreekstijl en vooral warme betrokkenheid, die hem dicht bij de gelovigen bracht (bron:
www.protestant.nu). Een predikant en zeker vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw moest een stevige universitaire opleiding volgen. Hij kreeg meer taken dan een voorganger. Mogelijk dat Klinkert Hendrik Frugte vooral wees op zijn kwaliteiten als spreker, de voorganger die dicht bij zijn volk stond.
De schoolmeester uit Zevenhoven ging voor het eerst preken in Bodegraven. Daar gingen de christelijk gereformeerden uit Zevenhoven naar toe om de diensten te volgen. De gelovigen uit Zevenhoven waren blijkbaar zeer verrast door de spreekkwaliteiten van Hendrik Frugte en verzochten hem direct in hun eigen dorp voor te gaan: ,,Maar meester! Gij kunt ook bij ons wel spreken!” Hij ging er graag op in. De school in Zevenhoven werd ook als kerk ingericht en hier heeft Frugte vier jaar geoefend.

De gereformeerde kerk in Lopik

In 1871 werd hij gevraagd om in Lopik dezelfde werkzaamheden te verrichten als in Zevenhoven. Kort tevoren, op 30 juni 1871, was hier een Christelijke Gereformeerde Gemeente gesticht en ook een school met de bijbel. Wie was meer geschikt dan Hendrik Frugte om aan die school leiding aan te geven? Begin augustus verhuisde het gezin Frugte naar Lopik en voor de Gemeente werd het al snel duidelijk dat Frugte ook zeer geschikt was om naast zijn schoolaktiviteiten ook te preken.
Gedurende veertien jaar stelde hij zijn gaven in dienst van de Christelijk Gereformeerde Kerk in het kerkje langs de stille Lopiker weg Oost. Op zondagen ging hij tweemaal voor in de kerk en hij preekte ook nog eens door de week in Oudewater en IJsselstein, althans als de weergoden het toelieten en de maan in de winter scheen.
In 1885, op 1 november, nam het gezin Frugte afscheid van Lopik en vertrok naar Zeist.
Volgens het herdenkingsboekje ging Hendrik van hier uit elders preken. En dat waren nogal wat steden: Rotterdam, Harderwijk, Doesburg, Zwolle, Dordrecht, Oud-Beijerland, Haarlem, Woerden, Arnhem, Zaandam en Utrecht. Ook in Zeist, toen de Christelijke Gereformeerde Gemeente in deze plaats hem verzocht ook hier te spreken. Het duurde niet lang of hij werd gevraagd zich vast aan de Gemeente te verbinden en dat wilde Hendrik Frugte graag doen. Toch trad hij nog eenmaal per maand in andere plaatsen op. Met name wordt Doorn en Veenendaal genoemd.
Het waren in Zeist voor Frugte zeker geen gemakkelijke jaren. Zo overlijdt op 6 mei 1892 zijn vrouw Dirkje Slag, die hem al die jaren steunde. Meer hierover in het artikel over Hendrik en zijn gezin. Hendrik was bij haar overlijden een verdrietig, maar ook een dankbaar mens: ,,’t Was ook heerlijk om te zien, toen zij, terwijl wij bij haar stonden , de handen uitstrekte en uitriep: ,,Maar blij vooruitzicht, dat mij streelt.”
Hendrik Frugte kreeg ook te maken met de samenwerking tussen de christelijk gereformeerde kerk, waar hij toe behoorde en de Nederduitse Gereformeerde kerk, ontstaan uit de Doleantie. Een samenwerking die uiteindelijk gedoemd was te mislukken.
Hanneke Frugte beschrijft dit als volgt:
,,In 1886 gaat een groep hervormden, die de gereformeerde leer aanhangen, uit de NH kerk. De dolerenden. Daarnaast is er een groep gereformeerden die al bij de afscheiding eigen gemeenten gevormd hebben. In veel plaatsen, zo ook in Zeist vinden de groepen elkaar en er vindt een intensieve samenwerking plaats. Er zijn gezamenlijke vergaderingen en er is kanselruil. Niets staat samengaan in de weg als de synodes daartoe in 1892 besluiten. In Zeist vindt dan een vergadering plaats waarbij alles op tafel komt. Er blijkt toch een groot onoverkomelijk verschil te zijn. De leer van de veronderstelde wedergeboorte. De kerken kunnen niet tot overeenstemming komen en gaan uiteen, ieder zijn eigen weg. Er is dan nog wel punt. De christelijk gereformeerden hadden in Zeist een kerkgebouw in bezit waarvan de gereformeerden ook gebruik maakten. Van wie was dit kerkgebouw na het samengaan op synodaal niveau? Beide kerken eisten het gebouw op, Hendrik bezat de sleutels. Hij heeft het stug volgehouden om de sleutels van de kerk niet af te geven en zo is het kerkgebouw in Zeist in handen van de christelijk gereformeerde gemeente gebleven.”

Uiteindelijk bleef Hendrik niet in Zeist. Teuge, bij Apeldoorn trok aan de voorganger en hij ging daar graag op in. Volgens brieven, zo meldt het herdenkingsboekje van Lisse,zou Hendrik in dat gebied ook geestelijke banden hebben. De gemeente was klein, dus ook hier ging Frugte ook elders preken. Acht jaar bleef de voorganger in Teuge, totdat hij, met zijn 77 jaar, gevraagd werd naar Lisse te komen. Ondanks zijn hoge leeftijd ging Hendrik Frugte hier nog elke zondag de kansel op, totdat hij in 1814 tijdens een kerkdienst niet goed werd. Het werd voor hem tijd op te stoppen, hoe moeilijk hij het hier ook mee had.

Hendrik overlijdt uiteindelijk in 1817. In een memoriam van de gemeente in Lisse  wordt duidelijk dat hij een gedreven, ambiteuze en eigenzinnige man was, geliefd in zijn werk!